In de nacht van 24 op 25 maart 1944, deze maand dus 77 jaar geleden, voerde de Engelse luchtmacht zijn laatste grote aanval uit op de hoofdstad van Nazi-Duitsland: Berlijn. De hoofdmoot van de reusachtige formatie werd gevormd door enkele honderden viermotorige Lancaster-bommenwerpers. Eén van deze Lancasters werd bestuurd door de 20-jarige Engelsman Wilfred Still uit Brighton.

Wat er precies is gebeurd is nooit bekend geworden, maar het verhaal gaat dat de Lancaster boven Duitsland door Duits afweergeschut is geraakt en daarna boven Nederland slachtoffer werd van een nachtjager. Feit is dat om ongeveer 05.00 uur in de ochtend van zaterdag de 25ste maart Still’s vliegtuig brandend uit Duitsland kwam aanvliegen en boven Hollandscheveld explodeerde.

De brokstukken stortten neer in een weiland op ongeveer honderd meter voor de boerderij van de heer H. Strijker aan de Meerboomweg in het buurtschap ’t Meer tussen Noordscheschut en Hollandscheveld. Niemand van de bemanningsleden overleefde de crash. De toegesnelde omwonenden moesten machteloos toezien hoe het vuur het uiteengeslagen vliegtuig verteerde. Op een gegeven moment moest men zelfs dekking zoeken toen de boordmunitie begon te ontploffen. De volgende dag werden vijf stoffelijke overschotten van bemanningsleden per schip naar de begraafplaats van Hollandscheveld overgebracht waar ze in bijzijn van een aantal Duitse militairen en Hollandschevelders werden begraven. Bij het opruimen van het wrak werden nog eens twee lichamen gevonden die naast hun collega’s ter aarde werden besteld. Na de oorlog werd de Meerboomweg herdoopt in Wilfred Stillweg als herinnering aan deze jonge Engelse vlieger die daar met zijn bemanning het leven liet.

Hendrik Vos
Iemand die de ramp indertijd van zeer dichtbij meemaakte was de ondertussen overleden heer Hendrik Vos uit Hollandscheveld. In het blad ‘d’Ollandsevelder’ stond midden jaren ’80 zijn ooggetuigenverslag van het gebeuren. Hendrik Vos: ‘Het was nog donker toen we opeens een enorme knal hoorden. Op hetzelfde moment werd het zo licht in huis dat je er wel bij een krant zou kunnen lezen. Ik ging er samen met mijn buurman Hendrik Strijker gelijk op af om te kijken of er nog iets te redden viel, maar toen op een gegeven moment de munitie van de boordkanonnen begon te ontploffen, wilden we wel wegwezen!’ Toen het licht was geworden, gingen Vos en Strijker opnieuw op verkenning en vonden daarbij één van de bemanningsleden van de Lancaster die vermoedelijk uit het vliegtuig was geslingerd. De man stond tot zijn knieën in de grond. Rechtop, maar helemaal in elkaar gedrukt. De Duitsers die wat later arriveerden trokken hem uit de grond en legden het lijk zo op het land. Anderen hebben er toen een deken overheen gegooid. Van de Duitsers die het wrak moesten bewaken was er één wel heel erg onvriendelijk. Vos: “We dachten dat we een bom hadden gevonden en hadden er een stuk karton bij gezet. Die onvriendelijke bewaker kwam er gelijk aan…Hij keek naar het voorwerp en zei: ‘Wat bom’ en trapt het geval een eind weg.

Wrakstukken
De ramp was voor de inwoners van Hollandscheveld een hele belevenis. De wildste geruchten gingen door het dorp: zo zouden de vliegers ’s nachts nog op allerlei landweggetjes gesignaleerd zijn en meer van dat soort fabeltjes. Wat wél waar is, is dat van een wiel van de Lancaster door een handige knutselaar nog heel wat fietsenbanden zijn gemaakt. Ook een rubberboot (die werd gebruikt na een noodlanding op het water) werd door de bevolking niet aan de Duitsers afgegeven. Van de viermotorige bommenwerper bleef vrijwel niets achter. De wrakstukken werden door de Duitsers per bok (bootje) afgevoerd. In de jaren ’80 werd er tijdens drainagewerkzaamheden aan de Wilfred Stillweg nog een onderdeel van de bommenwerper gevonden door de toen 12-jarige Sander Vos, de kleinzoon van Hendrik Vos. Het was waarschijnlijk een stuk van de vleugel waarop de sporen van vuur nog duidelijk te zien waren. Omwonenden hebben in de loop der jaren overigens wel vaker stukjes metaal gevonden en er is zelfs vlak na de oorlog nogal wat munitie van het boordgeschut gevonden. Ondanks de ernst van het gebeuren is er ook een grappig voorval te melden over de neergestorte bommenwerper. Hendrik Vos vond namelijk een doos bonbons bij het vliegtuig. Erg lekkere snoepjes, waarvan hij er een paar opat. Waarschijnlijk waren het echter snoepjes die moesten voorkomen dat de vliegers tijdens de lange vluchten in slaap zouden vallen, want Vos deed de nacht erop geen oog dicht.

Lancastercrash
Zoals u net heeft kunnen lezen deden er in Hollandscheveld indertijd heel wat sterke verhalen de ronde rond de Lancastercrash. Zo zouden de bij Ten Arlo gelegerde Duitsers nog radiocontact hebben gehad met de vliegers van de brandende Lancaster. Toen de Engelsen weigerden een noodlanding te maken, aldus het verhaal, zou een Duitse nachtjager de genadeklap hebben uitgedeeld. Ook, zo luidt een ander verhaal, zouden de bemanningsleden van de Lancaster al dood geweest zijn voordat het vliegtuig neerstortte. Ze zouden zichzelf met hun handwapens door het hoofd geschoten hebben om niet in de handen van de Duitsers te vallen. Het zijn verhalen die via via de wereld in gebracht zijn door Hollandschevelders die naar een verklaring zochten voor voor hen onverklaarbare zaken. Begrijpelijk, want uiteraard vertelden de Duitsers de bevolking helemaal niets over de werkelijke gang van zaken.

(Met dank aan Anne Kuipers)

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: